Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index Forum Eerste Wereldoorlog
Hét WO1-forum voor Nederland en Vlaanderen
 
 FAQFAQ   ZoekenZoeken   GebruikerslijstGebruikerslijst   WikiWiki   RegistreerRegistreer 
 ProfielProfiel   Log in om je privé berichten te bekijkenLog in om je privé berichten te bekijken   InloggenInloggen   Actieve TopicsActieve Topics 

29 augustus
Ga naar Pagina Vorige  1, 2
 
Plaats nieuw bericht   Plaats Reactie    Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index -> Wat gebeurde er vandaag... Actieve Topics
Vorige onderwerp :: Volgende onderwerp  
Auteur Bericht
Percy Toplis



Geregistreerd op: 9-5-2009
Berichten: 15528
Woonplaats: Suindrecht

BerichtGeplaatst: 29 Aug 2018 11:31    Onderwerp: Reageer met quote

Jones Law poster Philippines 1916

Beschrijving: A poster advertising the Jones Law of 1916
"La Gloriosa Ley Jones" "Ha sonado la hora de la Justicia para el Pueblo Filipino–Wilson
Washington Agosto 29, 1916 – El Presidente Wilson há firmado á las 10.30 de esta mañana la Ley Jones
Datum: 29 augustus 1916

https://nl.wikipedia.org/wiki/Bestand:Jones_Law_poster_Philippines_1916.jpeg
_________________

"A grand canyon has opened up in our world, the fissure, the crack, grows wider every day. Neither on each side can hear a word that the other shrieks and nor do they want to."
-Stephen Fry on political correctness.
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Percy Toplis



Geregistreerd op: 9-5-2009
Berichten: 15528
Woonplaats: Suindrecht

BerichtGeplaatst: 29 Aug 2018 11:35    Onderwerp: Reageer met quote

1916: Jeannette Rankin eerste vrouw in het Congres

Jeannette Rankin heeft veel bijzondere dingen bereikt in het Congres van de Verenigde Staten. Ze werd als eerste vrouwelijk lid ooit toegelaten en bovendien als een van de eerste voorstanders van het vrouwenstemrecht. Haar sterk pacifistische overtuiging maakte dat ze als een van de enige leden tegen deelname aan Wereldoorlog I en II stemde.

Jeannette Rankin - Rankin (1880) groeit op als oudste dochter van boer en een lerares in de buurt van Missoula, Montana. Na haar schooltijd studeert ze scheikunde en biologie aan de Montana State Universiteit om in 1902 door te stromen naar de New York School van Filantropie (nu de Sociaal Werk School). Ze werkt een korte tijd als sociaal werker in Spokane, Washinton, maar ze besluit al snel verder te studeren aan de Universiteit van Washington. Tijdens haar studie Sociale Wetgeving sluit ze zich aan bij een vrouwenbeweging die zich sterk maakt voor het vrouwenstemrecht. De campagne bereikt in Washinton in 1910 zijn doel en Rankin groeit uit tot een professionele lobbyist voor de National American Woman Suffrage Association (NAWSA), die zich sterk maakt voor nationaal vrouwenstemrecht. In 1914 verlaat ze de NAWSA om zich in Montana sterk te maken voor het invoeren van het vrouwenstemrecht. Dankzij haar inzet kunnen de vrouwen van Montana vanaf dat jaar hun stem uitbrengen.

Begin politieke loopbaan - In 1916 besluit Rankin de politiek van Montana in te gaan. Haar reputatie als voorstander van vrouwenrechten en haar politiek actieve broer die helpt haar campagne te financieren, zorgen ervoor dat ze een voordelige positie heeft. De nieuwigheid van een vrouw die zich kandidaat stelt voor het Congres helpt haar op 29 augustus 1916 aan een nominatie voor een van de senaatsplekken van Montana. In de strijd om een plek in het Congres toont ze zich een progressieve politicus, die zich inzet voor een rectificatie van de grondwet met betrekking tot vrouwenstemrecht en een beter beleid rondom sociale welzijnsvraagstukken. Als overtuigd pacifist laat ze bovendien duidelijk merken hoe ze denkt over een mogelijke deelname van de Verenigde Staten aan de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Rankin eindigt op de tweede plaats en wint daarmee definitief een van de senaatsplekken van Montana.

Haar senaatstijd begint meteen heftig, wanneer het Congres tot een spoedzitting oproept nadat Duitsland een duikbootoorlog heeft afgekondigd met al het scheepsverkeer op de Atlantische Oceaan. Rankin wordt op twee april 1917 officieel tot het 65e Congres beëdigd samen met haar andere collega’s. Diezelfde avond nog komt het Congres samen om haar Eerste Wereldoorlog vraagstuk te bespreken. President Woodrow Wilson geeft aan de oorlog te willen verklaren aan Duitsland, ter bescherming van de wereldwijde democratie. Op vijf april wordt de oorlogsresolutie besproken door het Huis van Afgevaardigden. Rankin is fel tegen deelname aan de oorlog wegens haar pacifistische standpunten. Andere collega’s die vrouwenstemrecht nastreven zijn bang dat haar stem tegen haar zal uitschakelen in de politiek, waardoor ze ook de stemrechtstrijd zou verliezen. Rankin houdt echter voet bij stuk en brengt een stem tegen de resolutie uit, samen met negenenveertig andere Senaatsleden, tegenover 374 stemmen vóór. Haar besluit brengt een controversie teweeg in de media, welke Rankin onder andere uitmaken voor marionet van Duitse propaganda en een ‘huilend schoolmeisje’, terwijl andere kranten haar juist in bescherming nemen. De deels negatieve aandacht beweegt de NAWSA ertoe zich geheel te distantiëren van Rankin, door te stellen dat ze met haar stem niet alle voorstanders van vrouwenrecht representeert, maar enkel Montana.

Rankin zet door - Rankin geeft de strijd hiermee echter nog niet op. Als eerste vrouwelijk congreslid maakt ze zich vooralsnog sterk voor nationaal vrouwenstemrecht en een half jaar na alle controversie rondom haar persoon is ze verantwoordelijk voor de creatie van het Comité voor Vrouwenstemrecht. Ze leidt het comité en zorgt in januari 1918 voor het allereerste debat over dit onderwerp in het Huis van Afgevaardigden. Ze gebruikt het overweldigende aantal stemmen voor de oorlog –in naam van de democratie – als belangrijkste argument in haar strijd. Want hoe zou hetzelfde Congres dat zo duidelijk voor het behoud van democratie is zich kunnen hardmaken voor het uitsluiten van vrouwen? Haar voorstel komt uiteindelijk met moeite voorbij het Huis van Afgevaardigden, maar overleeft uiteindelijk de Senaat niet. Tijdens de verkiezingen van 1918 voert Rankin een Republikeinse campagne, maar slaagt er niet in opnieuw een plek in de Senaat voor zich te winnen. Daarmee eindigt haar positie als afgevaardigde van de staat Montana officieel in 1919. Hierna zet Rankin zich verder in voor pacifisme en sociaal welzijn. Zo neemt ze in 1919 deel aan de Internationale Vrouwenconferentie voor Permanente Vrede in Zwitserland en sluit ze zich aan bij het Internationale vrouwengenootschap voor Vrede en Vrijheid. Ze maakt zich sterk voor opleidingen voor vroedvrouwen, betere klinieken en het reduceren van kindersterfte. In 1928 verhuist ze naar een boerderij in Georgia, alwaar ze d Georgia Vredesgemeenschap opzet. Verder geldt ze van 1929 tot 1939 als het gezicht van de Nationale Raad voor het Voorkomen van Oorlog.

Terugkeer in het Congres - Haar grootschalige activiteiten en enthousiasme en opnieuw ontstane oorlogsspanningen in 1940 zorgen er uiteindelijk voor dat Rankin toch weer terug in de Senaat belandt. Ze wordt door het anti-oorlogsplatform voorgedragen als kandidaat en in de nominatiestrijd schiet ze met haar anti-oorlogscampagne ditmaal de andere kandidaten voorbij. Tijdens de algemene verkiezingen wint ze met een kleine meerderheid van tegenkandidaat Jerry J. O’Connell. Voor de tweede keer mag Rankin plaatsnemen in het Congres en opnieuw wordt haar zitting overschaduwd door een dreigende oorlog. Ook ditmaal brengt ze, na de aanval op Pearl Harbor (1941) een stem tegen uit tegen deelname aan de oorlog, ditmaal als enige lid van het Congres. Als vrouw kan ze niet deelnemen aan de oorlog en om die reden weigert ze iemand anders wél te sturen. Haar standplaats wordt sterk afgekeurd door de rest van het Congres en het grootste deel van de Amerikaanse burgers. Haar stem tegen maakt dat ze de rest van haar tijd in de Senaat niets meer in te brengen heeft. In 1942 stelt ze zich hierom niet opnieuw ter kandidaat. Ze zet haar werk voor de staten Montana en Georgia voort en vertrekt met regelmaat naar India waar ze met interesse de niet gewelddadige protestacties van Mohandas K. Gandhi volgt tegen de Vietnamese Oorlog. Op de leeftijd van achtentachtig leidt ze nog een protestactie en vijf jaar later staat ze zelfs op het punt om zich voor de derde maal ter kandidaat te stellen om zo iets tegen de Vietnam Oorlog te kunnen doen. De vredesactiviste sterft dat jaar echter op een leeftijd van drieënnegentig.

https://tiogatours.nl/voorpret/infotheek/geschiedenis/amerika/1916--jeannette-rankin-eerste-vrouw-in-het-congres/
_________________

"A grand canyon has opened up in our world, the fissure, the crack, grows wider every day. Neither on each side can hear a word that the other shrieks and nor do they want to."
-Stephen Fry on political correctness.
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Percy Toplis



Geregistreerd op: 9-5-2009
Berichten: 15528
Woonplaats: Suindrecht

BerichtGeplaatst: 29 Aug 2018 11:44    Onderwerp: Reageer met quote

Léon Trésignies

Léon Jules Joseph Trésignies (Bierk, 1886 - Grimbergen, 29 augustus 1914) is een Belgische oorlogsheld uit de Eerste Wereldoorlog die dodelijk getroffen werd bij een tegenaanval van het Belgisch leger bij de Verbrande Brug.

Oorlogsheld - Wederopgeroepen bij het uitbreken van de oorlog meldde Léon Trésignies zich op 5 augustus 1914 bij zijn eenheid, het 2de Regiment Jagers te Voet, te Kontich. Op 26 augustus 1914 was hij vrijwilliger om het kanaal van Willebroek op het grondgebied van Grimbergen over te zwemmen en de openstaande hefbrug met behulp van een wiel te laten zakken teneinde de westelijke oever, in handen van de Duitsers, te kunnen bezetten. Voor hij zich in het water begaf, schreef hij zijn naam, geboorteplaats en echtgenote op een papiertje, dateerde het en gaf het aan sergeant-majoor Wery. Hij zwom over en slaagde in zijn opzet, maar de Duitsers bemerkten hem en schoten. Trésignies werd dodelijk gewond.
Léon Trésignies ligt begraven op het Kerkhof van Grimbergen vlak bij de plaats waar hij sneuvelde.

Eerbetoon - Op 15 september 1914 werd Trésignies bij dagorder van het Belgisch Leger door koning Albert I vermeld en postuum tot korporaal bevorderd.
Na de oorlog (vanaf 1921) werden zijn portret en dat van Gabrielle Petit opgehangen in elk Belgisch klaslokaal.
In zijn geboorteplaats Bierk is een straat naar hem genoemd. Het plein ten oosten van de Verbrande Brug in Grimbergen draagt ook zijn naam. Een monument te zijner ere bevindt zich op de westelijke oever van het Kanaal Brussel-Schelde.

https://nl.wikipedia.org/wiki/L%C3%A9on_Tr%C3%A9signies
Zie ook http://www.grimbergen-leeft.be/historiek/andere/korporaal_tresignies/korporaal_tresignies.php
Zie ook http://cultuurgeschiedenis.be/oorlog-in-tijden-van-vrede/
_________________

"A grand canyon has opened up in our world, the fissure, the crack, grows wider every day. Neither on each side can hear a word that the other shrieks and nor do they want to."
-Stephen Fry on political correctness.
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Percy Toplis



Geregistreerd op: 9-5-2009
Berichten: 15528
Woonplaats: Suindrecht

BerichtGeplaatst: 29 Aug 2018 11:49    Onderwerp: Reageer met quote

Vliegende maandag vluchtersmaandag

(...) De Gazette van Iseghem van zaterdag 29 aug. 1914 beschrijft eerst de paniek die ontstaat te Denderleeuw en voortloopt over Aalst en Gent. Oostvlaamse vluchtelingen belanden in de namiddag en de avonduren van 24 aug. te Avelgem, Deerlijk, Vichte, Kuurne, Hulste, Emelgem, Izegem, Kachtem, Rumbeke... Zij verspreiden angst en schrik van dorp tot dorp. ‘Er zijn mannen die in eenen put sprongen, anderen die zich op de boomen, in struiken of grachten verdoken hebben. Te Lendelede kwamen er 9 menschen op een boerenhof rond 2 ure 's nachts om slaping te vragen, en de twee zoons van 't hof waren reeds zelve gevlucht... Iedereen geloofde door de Duitschers achtervolgd te zijn, en niemand had onderwege een enkele vijand ontwaard...’. Onder de vluchtelingen waren boeren en arbeiders, ambtenaren en geestelijken. 's Anderendaags was de rust volkomen hersteld.

Uit de Gazette van Thielt van 29 aug. nog volgende bijzonderheden.

‘Maandag avond tusschen 7 en 8 ure, was het op de Markt hier te Thielt zeer woelig. Het was juist na de dagelijksche beêvaart naar “Stockt”, dat er, per rijwiel en per rijtuig, een geheelen hoop vluchtelingen kwamen afgestormd van Denterghem en van de gemeenten daar in 't ronde, ook van verder tot van over Oudenaarde, al om 't wille van de uhlanen en andere Duitschers die afgekomen waren enkel in de inbeelding van de verschrikte lieden. En 't schoonste van al, deze vluchtelingen wisten te vertellen wat de Duitschers al deden
en hoe zij al het nog gangbaar volk meevoerden; ziet ge, maar seffens meê en voort, of anders...
Ook nog elders, te Roosebeke en te Meulebeke, zijn het tooneelen van schrik en verwarring geweest, al van vluchtelingen die... bijna gepakt waren door de uhlanen! Te Roosebeke heeft het schuw gegaan, en eene ware verschrikking had de lieden aangegrepen. - Langs Ruysselede en Caneghem zijn er, in den nacht van maandag, de macht van velos gepasseerd, al van menschen die naar Holland vluchtten... Te Wyngene was het ook een eindeloos dingen, al van dien onverstaanbaren schrik. Veel lieden van Wyngene en veel toegekomene vluchtelingen, hebben maandag nacht in de Wyngensche Bosschen geslapen’.


En het weekblad ‘Boos Iseghem’, ook van 29 aug. 1914, besluit zijn artikel ‘Een angstige avond’ met volgende kleurrijke snapfotos:

‘Over de uitzinnige vlucht van maandag komt er ons nog van alle kanten nieuws toe.
Een brave pastor eener gemeente, op twee uren afstand van hier gelegen, verdook zich in zijne suikerboonen en bleef daar 2 uren op den buik liggen, zonder ooit te durven roeren.
Een secretaris eener groote gemeente kroop in den aardappelkelder. De opening waar hij was doorgekropen werd bedekt met eene gebrekkige plank en wat aardappelgroeze. Plotseling kwam zijn hond over de opening geloopen. Planke, groeze en hond, vlogen de diepte in, en de secretaris riep en huilde als een bezetene. Hij meende dat hij gebombardeerd was.
Vier mannen van Thielt weigerden te vluchten, zij waren niet benauwd. Zij verschuilden zich in eenen aalput waar zij tot 's morgens, tot over de knien, in den... eau de Cologne zaten.
Een sluismeester vluchtte met vrouw en kinders in een nabijgelegen bosch; wanneer zij allen goed verdoken en verscholen waren, werden zij gewaar dat zij hun geld... en een kind vergeten waren.
Te Cachtem was een kerel, kloek en sterk gebouwd, die ook ging vluchten, maar wat hij ook al deed, hij gerocht in zijn broek niet, hij kwam nooit in de beenderlingen terecht. Kwaad als een halve duivel, bond hij zijn broek rond hem en vluchtte weg. Doch aan Cachtem-statie gekomen bemerkte hij dat hij zijn vrouwe's schorte boven zijnen van achteren had gebonden. Hij liep toch voorts...’.


https://www.dbnl.org/tekst/_bie001196001_01/_bie001196001_01_0005.php
_________________

"A grand canyon has opened up in our world, the fissure, the crack, grows wider every day. Neither on each side can hear a word that the other shrieks and nor do they want to."
-Stephen Fry on political correctness.
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Percy Toplis



Geregistreerd op: 9-5-2009
Berichten: 15528
Woonplaats: Suindrecht

BerichtGeplaatst: 29 Aug 2018 11:51    Onderwerp: Reageer met quote

Willem Hendrik de Beaufort -- 29 augustus 1914

Willem Hendrik de Beaufort (1845-1918)) was een Nederlands staatsman. Zijn dagboeken zijn te lezen bij Historici.nl.

Zaterdag. Er zijn nu Duitsche berichten die van een groote nederlaag der Engelschen bij St. Quentin spreken en die melden dat de beslissing ten nadeele van Frankrijk gevallen is. De overwinning der Duitschers wordt gelijkgesteld met die van 1813 te Leipzig. Zal Parijs nu belegerd worden of is ten gevolge van het Duitsche veldgeschut de belegering een zaak geworden van een paar dagen of weken? Na de verovering van Parijs zal dan deze veldtocht in Midden- en Zuid- Frankrijk moeten worden voortgezet indien Frankrijk niet de vredesvoorwaarden aanneemt die Duitschland zal stellen en die zeer zacht zullen zijn - naar verhaald wordt.
Intusschen is reeds een nieuw ministerie in Frankrijk opgetreden, althans een gewijzigd, met Delcassé als minister van Buitenlandsche Zaken. Is dit een bewijs dat men tot het laatste wil doorzetten ofwel dat men een ander minister dan die de oorlog begon de oorlog door vrede wil doen beëindigen. Persoonlijk geloof ik niet aan een vrede, tenzij de Franschen nog een overwinning mochten behalen. Zij weten trouwens dat indien zij vrede sluiten, Rusland zwaar geslagen zal worden en Engeland zal den oorlog zoo spoedig niet opgeven omdat het doel dat Engeland met deze oorlog wil bereiken alleen door een langdurigen strijd kan worden bereikt. Men wil de handelsbetrekkingen tusschen Duitschland en de overige, vooral de niet-Europeesche, landen verbreken en door Engelschen laten aanknoopen. Iedereen begrijpt dat hiervoor veel tijd noodig is, men moet de artikelen vervaardigen die Duitschland uitvoert en daarop moet de nijverheid zich inrichten.
De Duitschers hebben de stad Leuven geheel en al verwoest. Men zegt dat het stadhuis gered is, ging dit verloren dan zoude het verlies onherstelbaar zijn, het prachtigste stadhuis van België! De kerken, de universiteitsgebouwen met de geheele bibliotheek en de verdere stad, die 45.000 inwoners telt, zouden geheel vernietigd zijn door het vuur. Laat ons hopen dat er eenige overdrijving in het eerste bericht is. Volgens de Duitschers heeft de bevolking op de Duitsche solda­ten geschoten, volgens de Belgen zijn de Duitsche soldaten die van het gevecht van Mechelen terugkeerden door hunne makkers in Leuven voor Belgen aange zien, wat tot schieten aanleiding gaf. De binnentrekkenden dachten dat die scho­ten door de Leuvenaars werden gelost en besloten toen de stad te verdelgen. Dit verhaal lijkt mij wel wat vreemd, een misverstand zooals dit wordt snel opgehel­derd wanneer men beleidvolle officieren heeft en die zijn in het Duitsche leger zeker aanwezig. Al hebben enkele Leuvenaars geschoten, dan is dit echter nog geen reden om een geheele stad, vooral een stad met zoovele kostbaarheden als Leuven, eenvoudigweg met vuur te verdelgen. Men kon de schuldigen straffen, desnoods met de kogel, maar het is zeer onbillijk om de dwaze daden van enkele bewoners eener stad te wreken op haren geheele bevolking. Intusschen bestaat ook de mogelijkheid dat de Duitsche soldaten dronken zijn geweest. Men deelde mij mede op grond van berichten uit België dat de regimenten van Rhijnlanders, Hanseaten, Hanovranen en Mecklenburgers zich zeer behoorlijk gedroegen, maar dat een paar regimenten uit Pommeren en uit Berlijn zich voortdurend te buiten gingen aan den drank en als beesten woedden.

http://sotobed.blogspot.com/2016/08/willem-hendrik-de-beaufort-29-augustus.html
_________________

"A grand canyon has opened up in our world, the fissure, the crack, grows wider every day. Neither on each side can hear a word that the other shrieks and nor do they want to."
-Stephen Fry on political correctness.
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Percy Toplis



Geregistreerd op: 9-5-2009
Berichten: 15528
Woonplaats: Suindrecht

BerichtGeplaatst: 29 Aug 2018 11:53    Onderwerp: Reageer met quote

Meerle tijdens de Eerste Wereldoorlog - De dagboeken van burgemeester Lodewijk Van Nueten (1914-1918)

Zaterdag 29 augustus 1914
Het is schoon weder maar zal heet worden vandaag.

Zonder iets nieuws tot 10 ½ uren komen de brieven en gazetten. Niets nieuws van 4de div. of van Josef. Die staan aan de Fransche zijde.

Het Noorder leger houdt stand, alhoewel het zoo talrijk niet is als het Duitsche. Longwy, eene oude vesting, is ingenomen door de Duitschers. De Commandant is vereerd; Kruis Van Eer voor moed. De russen dringen al verder in Pruissen. Koningberg ingesloten, Ulsih ingenomen. De Serviers winnen ook. Geen enkel Oostenrijker is er in Serbie meer. Oostenrijk moet de Duitschers komen helpen. De Engelsche hebben den Keizer Wilm de Groote een zeer groot post schip in den grond geboort ook den Magdenbourg door de Russische vloot.

Vandaag meld men ons dat wij op het eerste bericht al het vee en schapen, moet brengen naar Brecht en s Graven wezel, al dat loopen kan. Vandaag kondigd men af dat het vee vrij en kosteloos mag binnen komen uit Holland. Om binnen te komen in Antwerpen en omgeving moet men handelaar zijn met eetwaren, dan een vrijgeleide van den Burgemeester en nog gevisseerd door de gendarmerie.

Jan Zegers wilde gisteren zijn gekwetsen zoon gaan bezoeken, maar ze kwamen niet verder als Schilde. Er rijden geen trijnen, als een met eetwaren van Hoogstraeten, soms van Oostmalle, anders voert men alles met de kar tot Oostmalle of Schilde. De kooplieden gaan dikwijls. Ik denk dat ze nog al verdienen.

Mechelen en Leuven moet verschillende malen beschoten gisteren. Alles was gevlucht. Pastoor aan den autaar gaan loopen. Bisdom en Seminarie naar Antwerpen. In Charleroi is er ook veel gevochten. Daar waren de Franschen bij. Er waren ook Franschen bij Namen. Volgens ik nu lees moet de 4e Divisie uit Namen al getrokken zijn den 23 of 24, meest ‘s nachts. De forten hebben het maar twee dagen gehouden. Luik waren ook al vernield rond den 20ste, men viel ze aan van binnen Luik met kanonnen die 20 kilometers ver dragen. Zoo dan is men buiten bereik van het fort geschut. Te Namen gingen ze ook met de mist of dauw vooruit of staken de Maas dijken door en baden dan door het water. Zoo waren ze meer malen verast. Ze waren te Namen ook in een bosch geslopen met de mist te Marche les Dammes, en beschoten ‘s nachts zoo de stad Namen, in hare slaap. Van alles maken ze gebruik.

Nu om 6 uren, hooren wij veel met het kanon schieten tot 10 uren ’s avonds, wederom rond Mechelen of Leuven.

http://www.meerle14-18.be/2014/08/29/zaterdag-29-augustus-1914/
_________________

"A grand canyon has opened up in our world, the fissure, the crack, grows wider every day. Neither on each side can hear a word that the other shrieks and nor do they want to."
-Stephen Fry on political correctness.
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Percy Toplis



Geregistreerd op: 9-5-2009
Berichten: 15528
Woonplaats: Suindrecht

BerichtGeplaatst: 29 Aug 2018 11:57    Onderwerp: Reageer met quote

Abdij van Keizersberg en Oberleutnant Gustav Reinbrecht - Zaterdag 29 augustus 1914

Op zaterdag 29 augustus 1914 krijgt Oberleutnant Gustav Reinbrecht
het bevel om met zijn regiment Infanterie (240 man), vergezeld
van het detachement pioniers en een Brandgruppe naar de
Abdij van Keizersberg te trekken om het Strafgewalt’ uit te voeren
tegen de Abdij. Vanuit de toren en de zolders zou er enkele dagen
geleden op de Duitse troepen geschoten zijn, die aan de Mechelsepoort
terug de stad binnenkwamen. De Oberleutnant was met
zijn manschappen slechts de dag voordien te Leuven toegekomen
en stond daarom vrij van de brandstichtingen en moorden
van de voorbije dagen. De binnenstad van Leuven zelf was toen
reeds gedurende vier dagen een enorme vuurpoel en een grotendeels
verlaten ruïnestad.
De bedoeling is, aan de hand van enkele bewijsstukken, te verhalen
hoe de abdij van Keizersberg verbrand moest worden op
zaterdag 29 augustus, overeenkomstig gegeven en herhaalde bevelen;
hoe de laatste voorbereidselen voor de uitbranding reeds
waren gemaakt, toen opeens de gevaren van vuur en plundering
werden afgewend door het moedige verzet van een Duitse officier
aan wie zelf duidelijk de orders ter uitvoering waren gegeven.
Deze officier was de Oberleutnant der Landwehr, Gustav Reinbrecht,
commandant van de derde compagnie van het 53e regiment
Infanterie. Afkomstig uit Ermsieben, in midden-Pruisen was
Reinbrecht doctor in de rechten, van de Universiteit te Bonn. Hij
was vrijdagavond 28 augustus te Leuven aangekomen met zijn
compagnie, 240 man sterk, voornamelijk afkomstig uit het Rijngebied.

Die zaterdagvoormiddag, 29 augustus, bezocht de Etappecommandant
Majoor von Manteuffel met een legerwacht nog de lagere
school van de Broeders der Christelijke Scholen, aan de
Placetheuvel aan de Brusselsepoort. Bij zijn vertrek zei hij formeel
dat dit klooster zou bewaard blijven, maar “het klooster op
de Keizersberg blijft echter veroordeeld om afgebrand te worden,
want men heeft van daar uit op ons geschoten”. “Maar het
is onmogelijk”, antwoordde de geestelijke, “dat men van daar uit
op U geschoten zou hebben, want de meeste monniken die het
bewonen zijn zelf Duitsers en de benedictijnen van Leuven zijn
broeders van die van Maria-Laach. Von Manteuffel zei echter
opnieuw: “Men heeft van daar uit op ons geschoten”. Dan
ontvouwden de officieren een militaire stafkaart en gingen de
ligging van de ‘Caesarberg’ na en besloten: “Het zal er spoedig
niet meer zijn, het klooster met de gebouwen en het beeld
van de Heilige Maagd”.
Op zaterdag 29 augustus 1914, om twaalf uur, meldde de
derde compagnie van het 53e regiment Infanterie van de
Landwehr zich aan voor het station te Leuven om bijzondere
orders te ontvangen. Bij zijn aankomst ontbood de regimentsadjudant
de compagniecommandant, en de officieren
Feldwebels en deelde hun het volgende mee: De compagnie
krijgt opdracht om het klooster van de Caesarberg uit te
branden op volgende wijze, omdat vanuit het klooster op de
Duitse troepen geschoten is. Gij nadert het klooster met de
compagnie en een detachement pioniers. Een Belgisch geestelijke
zal u als tolk begeleiden. Als gij bij het klooster aangekomen zijt, zult ge de monniken
verzoeken alle wapens binnen een kwartier uit te leveren. Dadelijk daarna zullen de
monniken het klooster moeten verlaten. Als een van hen nog in het bezit van een wapen
gevonden wordt, moet hij worden doodgeschoten. Wanneer het kwartier voorbij is, moet
ge alle vertrekken nauwkeurig onderzoeken, en daarna het klooster in brand steken, tot
straf omdat men van daaruit op onze troepen geschoten heeft. Wanneer de poort op uw
bevel niet geopend wordt, zult ge de officier van de pioniers bevelen de hoofdpoort te
doen springen. De Oberleutnant herhaalde woord na woord de ontvangen bevelen en
vroeg of het klooster ook in brand gestoken moest worden in geval er geen wapens gevonden
werden, waarop de regiments-adjudant antwoordde: “In ieder geval.”
Bij het klooster aangekomen, liet de Oberleutnant tot driemaal toe op een zeer luide toon
voor de hoofd- en kerkpoort, aanmanen dat de poorten zouden geopend worden; maar
niemand verscheen. Na een half uur liet de Oberleutnant, opnieuw voor de poort van
het klooster en bij de kerkdeur, de overgave van het klooster eisen. Aangezien niemand
verscheen, handelden zij volgens de ontvangen bevelen en de pioniers moesten de
hoofdpoort doen springen.
Om half twee hoorden de paters in het klooster van Placet het geluid van een zware
ontploffing. Hun relaas: Op hetzelfde ogenblik zagen we een zwarte rookwolk opstijgen
uit de hoofdingang van de abdij van Keizersberg; men deed door middel van dynamiet
de kloosterpoort openspringen, maar de brand die we vreesden kwam er niet. Op dat
ogenblik wisten we niet dat de benedictijnen van den Caesarberg, welke we tevergeefs
getracht hadden te waarschuwen, de vorige dagen allen gevlucht waren, hun uitgestrekt
klooster alleen achterlatend. Een trein had hen, niet zonder gevaar, naar Duitsland gevoerd
waar ze gehuisvest werden in de abdij van hun medebroeders in Maria-Laach”.
Dan drong hij met een gedeelte van zijn compagnie door in het klooster en opende voorzichtig
alle deuren van de zalen, vertrekken en alle kasten om te zien of hij ook wapens
kon ontdekken. Terzelfdertijd, om het branden te vergemakkelijken, openden ze deuren
en vensters, en zetten de stoelen op hopen. Dit bezoek duurde vijf uren. De Oberleutnant
Reinbrecht bevestigde dat er niet de minste reden was om argwaan te koesteren
omtrent de bestemming van het gesticht dat, naar het hem voorkwam, uitsluitend aan de
liefdadigheid gewijd was. Het speet hem zeer dat hij er niemand aantrof, waaruit bleek
dat de paters voordien vertrokken waren naar Maria-Laach.
Er werd een inventaris opgemaakt en de kostbaarste zaken terzijde gelegd. De Oberleutnant
Reinbrecht liet de waardevolste voorwerpen uit de kerk en de sacristie verzamelen,
en ze door een wacht van onderofficieren bewaken. Toen hij diezelfde avond bevel ontving
het klooster te verlaten, liet hij de plaatselijke commandant weten dat daardoor het klooster
met zijn kostbaarheden aan de roofzucht van de eerste de beste zou overgelaten zijn.
Majoor von Manteuffel besloot tenslotte dat de compagnie in het klooster zou blijven om
de wegen van de etappe te vrijwaren en er was plots van verbranden geen sprake meer.
De Oberleutnant Reinbrecht hield zich echter bereid om elk ogenblik met zijn regiment
Leuven te kunnen verlaten en overhandigde daarom de schatten aan de verantwoordelijke
van de Broeders der Scholen in het klooster van Placet. In drie reizen werden de
schatten op een kar vervoerd met een militaire wacht vergezeld van de Oberleutnant
zelf. De avond van de eerste september, omstreeks 10 uur kwamen plotseling de pater
benedictijn Baudoin, met een broeder vanuit Maria-Laach in de abdij toe tot grote
vreugde van de Oberleutnant die daardoor ontheven was van de zorg om een bewaker
te zoeken aan wie hij het klooster, in geval van zijn plotseling vertrek, zou kunnen toevertrouwen.
Op zaterdagmorgen, 5 september vertrok Gustav Reinbrecht met zijn manschappen
naar het slagveld in Frankrijk.
Op twee oktober kwamen twee soldaten van de compagnie van Oberleutnant Reinbrecht
door Leuven en bezochten de Caesarberg. Zij kwamen terug uit Duitsland waar zij hersteld
waren van de wonden die zij in de slag bij de Marne opgelopen hadden. Zij hadden
het volgende meegemaakt: van Leuven was Reinbrecht en zijn compagnie naar
Valenciennes gestuurd en van daar naar Amiens, vanwaar zij naar het front in de richting
Noyons marcheerden. Hier hebben zij drie dagen lang gevochten. Vooral de derde dag
was verschrikkelijk. Ongeveer 150 van de 240 soldaten van Reinbrecht werden gedood
of gewond. Reinbrecht zelf werd dodelijk getroffen. Vervoerd naar de ambulance lag
hij een nacht in doodstrijd en ijlde voortdurend, en sprak herhaaldelijk het woord “Kaizersberg”…
hierna overleed hij, op den twintigsten september 1914. In de vooravond
van maandag 19 november 1914 keerde de Abt Dom Robert de Kerckhove met zijn
monniken terug naar de Abdij van Keizersberg en op 9 december waren de paters weer
meester van hun bijna ongeschonden Abdij op de berg.

Meldekarte I en II van zaterdag 29 augustus 1914:
“ Men heeft geen spoor van wapens gevonden,
maar slechts een ‘Belgische soldatenbroek, het
scherm van een tent, twee keukentoestellen,
en meerdere patroonhulzen’. Ik heb de geestelijke
schatten, voorlopig ter zijde laten stellen,
en ik heb ze tegen ontvangstbewijs aan broeder
Van Bergen die mij vergezelde, ter hand
gesteld. Alles is in gereedheid gebracht om
verbrand te worden. Het klooster maakt een
schitterende indruk, en schijnt werkelijk slechts
bestemd te zijn voor liefdadige werken. Het is
geheel ingericht voor gekwetsten. Met het oog
op bovenstaande, vraag ik U onderdanig of het
klooster toch nog moet uitgebrand worden”.
(Ondertekend: REINBRECHT, Oberleutnant,
compagniecommandant 3e L.I.R )

http://www.leuvenshistorischgenootschap.be/maps/Nieuwsbrief%20LHG%202014-04%20-%20nr%2043%20p.%2011-13%20-%20Abdij%20van%20keizersberg%20en%20Oberleutnant%20Gustav%20reinbrecht%20-%20Zaterdag%2029%20augustus%201914%20-%20Lambert%20Juveyns%20LR.pdf
_________________

"A grand canyon has opened up in our world, the fissure, the crack, grows wider every day. Neither on each side can hear a word that the other shrieks and nor do they want to."
-Stephen Fry on political correctness.
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Berichten van afgelopen:   
Plaats nieuw bericht   Plaats Reactie    Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index -> Wat gebeurde er vandaag... Tijden zijn in GMT + 1 uur
Ga naar Pagina Vorige  1, 2
Pagina 2 van 2

 
Ga naar:  
Je mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen
Je mag geen reacties plaatsen
Je mag je berichten niet bewerken
Je mag je berichten niet verwijderen
Ja mag niet stemmen in polls


Powered by phpBB © 2001, 2002 phpBB Group