Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index Forum Eerste Wereldoorlog
Hét WO1-forum voor Nederland en Vlaanderen
 
 FAQFAQ   ZoekenZoeken   GebruikerslijstGebruikerslijst   WikiWiki   RegistreerRegistreer 
 ProfielProfiel   Log in om je privé berichten te bekijkenLog in om je privé berichten te bekijken   InloggenInloggen   Actieve TopicsActieve Topics 

Het leven in het bezette België.

 
Plaats nieuw bericht   Plaats Reactie    Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index -> Thuisfront Actieve Topics
Vorige onderwerp :: Volgende onderwerp  
Auteur Bericht
Tandorini



Geregistreerd op: 11-6-2007
Berichten: 6882
Woonplaats: Laarne

BerichtGeplaatst: 20 Jun 2008 19:26    Onderwerp: Het leven in het bezette België. Reageer met quote

Zwarte sneeuw.
Na de stabilisatie van het front werd de bezetting van België eind 1914 definitief georganiseerd.Het land werd zo veel mogelijk geïsoleerd van de rest van de wereld en zijn economie moest ingeschakeld worden in de Duitse oorlogsvoering.Al sinds het begin van de bezetting vormde de voedselschaarste een levensgroot probleem.
Hoewel de bevolking zeer vijandig reageerde op de bezetting,was er alleen sprake van passief verzet.Zo weigerden de meeste arbeiders vrijwillig te gaan werken in de Duitse oorlogsindustrie.De Belgische onbuigzaamheid werd in binnen en buitenland gesymboliseerd door het optreden van prominenten zoals de Brusselse burgemeester Adolphe Max en kardinaal Mercier.Omdat hij de bezetter van in het begin had tegengewerkt,werd Max eind september 1914 naar Duitsland weggevoerd.Merciers kerstboodschap van 1914,met de veelzeggende titel "Vaderlandsliefde en Volharding",werd ondanks het Duitse verbod op grote schaal verspreid.

Het bezettingsbestuur.
Het bezette België werd door de Duitsers in twee zones verdeeld.Het zogenaamde "Etappegebied",dat het grootste deel van Oost- en West-Vlaanderen omvatte,kwam onder direct militair bestuur.De rest van België werd,samen met enkele kleine stukken van Noord-Franrijk,bestuurd door het Gouvernement-Generaal in Brussel.Tijdens de vier oorlogsjaren hebben drie Duitse gouverneurs elkaar opgevolgd.De belangrijkste was Veldmaarschalk Colmar von Bissing,die van december 1914 tot april 1917 in functie bleef.
Tijdens de bezetting viel het traditionele politieke leven in België grotendeels stil.De regering verbleef in Frankrijk,het parlement en de provincieraden vergaderden niet.De vooroorlogse politieke tegenstellingen verdwenen tijdelijk naar de achtergrond,met uitzondering van de Vlaamse kwestie.
De bezettingsoverheid opteerde ervoor het Belgisch bestuursapparaat zoveel mogelijk intact te laten,weliswaar onder Duitse supervisie.De ministeries van Buitenandse Zaken,Kolonies en Oorlog werden afgeschaft en de leiding van de andere ministeries ging over in Duitse handen.De Belgische ambtenaren bleven,met toestemming van de regering in Le Havre,aan het werk.
Naast het opeisen van voedsel,grondstoffen en industriële producten,legde de bezetter ook een drukkende financiële last op aan de bevolking.In december 1914 werd een oorlogsschatting van 40 miljoen frank per maand gevraagd.Dit bedrag werd eind 1916 opgevoerd tot 50 miljoen.

De voedselvoorziening.
De voedselschaarste vormde sinds het begin van de bezetting het grootste probleem.Als bezet gebied werd ons land getroffen door de Britse economische blokkade tegen Duitsland.De invoer van levensmiddelen stopte en de binnenlandse productie was bijlange niet voldoende om het dichtbevolkte land te voeden.De opeisingen van de Duitsers deden de voorraden zienderogen slinken.
Na enkele bezettingsmaanden leden vele Belgen honger.In de meeste grote steden waren,nog voor de aftocht van het Belgische leger,spontaan hulpcomités gevormd.Het belangrijkste was het Brusselse Centraal Hulp- en Voedselcomité,dat eind augustus 1914 werd opgericht.De initiatiefnemer,de industrieel Ernest Solvay,en burgemeester Adolphe Max vroegen financiële steun aan de twee grootste bankinstellingen van de hoofdstad,de Société Genérale en de Nationale Bank,die hun medewerking toezegden.De plaatselijke comités,die moeilijk het hoofd boven water konden houden,vroegen op hun beurt hulp aan het Brusselse comité.Dit werd eind oktober omgevormd tot een Nationaal Hulp- en Voedingscomité,dat uitgroeide tot de motor achter de hulpverlening in België.De dagelijkse leiding was in handen van Emile Francqui,topman van de Societé Genérale en een zeer ondernemend bankier.
Het Nationaal Hulp- en Voedingscomité moest zo vlug mogelijk een oplossing vinden voor de nijpende voedselschaarste : een nakende catastrofe kon alleen vermeden worden door de invoer van levensmiddelen.Maar hoe kon België Groot-Brittannië garanderen dat het ingevoerde voedsel niet in Duitsland zou terecht komen? Dankzij de vindingrijkheid en de vele relaties van Francqui weer een aanvaardbare regeling uitgewerkt.Onder impuls van de latere Amerikaanse president Herbert Hoover werd in Londen een "Commission for Relief in Belgium" opgericht.Zij organiseerde de aankoop van levensmiddelen in de VS en het transport naar Europa.Het Nationaal Hulp- en Voedselcomité regelde,via een uitgebreid netwerk van provinciale en lokale comités,de distributie in België zelf.De gezanten van de VS,Spanje en Nederland,drie landen die bij het begin van de oorlog neutraal waren,zagen erop toe dat het ingevoerde voedsel wel degelijk bij de Belgische bevolking terecht kwam.Toen de VS in april 1917 Duitsland de oorlog verklaarden,zetten de Spaanse en Nederlandse gezanten alleen hun taak verder.De "Commision for Relief" zou tot 1919 meer dan 4 miljoen ton voedingswaren naar België sturen,voor een bedrag van zo'n 3,5 miljard frank.

Harde tijden.
Voor de bevolking waren de dagelijkse levensomstandigheden tijdens de bezetting geen pretje.Dankzij de import van levensmiddelen werd er geen honger geleden,maar de voedselsituatie in de grote steden was niet schitterend.Duizenden mensen spitten hun tuintje of een park om en plantten er aardappelen.Bovendien ontsnapte de binnenlandse landbouwopbrengst aan de controle van het Nationaal Hulp- en Voedselcomité.De Duitsers eisten een gedeelte van de voedselproductie op,en een nog aanzienlijker gedeelte kwam op de zwarte markt terecht.De boeren deden goede zaken ; zo stegen de deposito's bij de Boerenbond van 16 miljoen frank in 1914 tot meer dan 171 miloen frank in 1918.
In het najaar van 1914 liep de economische bedrijvenheid met bijna 40% terug;Met uitzondering van de mijnen,die gedeeltelijk voor de Duitse export werkten en "slechts" op de helft van hun vooroorlogse productie terugvielen,zakte de industriële activiteit rond 1915 naar het nulpunt.Fabrieken gingen dicht omdat de grondstoffen en de machines naar Duitsland werden weggesleept.Heel wat bedrijven weigerden voor de bezetter te werken.
De sociale gevolgen waren dramatisch.Eind december 1915 waren er bijna 600.000 werklozen.De gezinnen van de werklozen verloren hun inkomen en zij waren niet langer in staat om het allernoodzakelijkste aan te kopen.Het Nationaal Hulp- en Voedingscomité probeerde aan de ergste noden tegemoet te komen.Het organiseerde niet alleen de voedselbedeling,maar gaf ook financiële bijstand,kledij en brandstof en ondersteunde talrijke liefdadigheidsinitiatieven.Deze hulp zorgde ervoor dat een aantal mensen niet noodgedwongen in Duitsland moest gaan werken.
Niet alleen werklozen en de behoeftigen hadden het moeilijk,ook de koopkracht van diegenen die nog een inkomen hadden,ging voelbaar achteruit.De Duitse opeisingen,de woekerprijzen op de zwarte markt en het hamsteren van levensmiddelen leidden tot aanzienlijke prijsstijgingen.Steeds meer mensen moesten een beroep doen op openbare steun.In sommige gemeenten leefde meer dan 70% van de bevolking van de dagelijkse soepbedeling.Er werden volksrestaurants geopend,waar men goedkope maaltijden van 1,50 frank verkocht.Tussen maart 1915 en augustus 1918 kregen deze restaurants zo'n 26 miljoen frank subsidie.
Het dagelijkse leven werd nog door andere maatregelen hard gemaakt.Alle vergaderingen in open lucht waren verboden en de bewegingsvrijheid van de burgers werd sterk beperkt.Vooral het gebied rond de Nederlandse grens werd scherp in het oog gehouden : de Duitsers wilden immers kost wat kost verhinderen dat Belgische mannen via Nederland het Belgische leger achter de IJzer vervoegden,iets waar toch zo'n 30.000 jongelui in slaagden.Tussen het Etappegebied en de rest van België was elk contact in principe uitgesloten,en ook voor reizen binnen de twee bezettingszones waren speciale paspoorten vereist.Reizen met de trein werd nagenoeg onmogelijk.De Belgen leerden noodgedwongen leven met de verplichte verduistering van hun huizen,met steeds talrijker opeisingen van hun huisraad,met censuur op hun briefwisseling.Dit beeld zou tijdens de laatste twee bezettingsjaren alleen maar grimmiger worden.

Deportaties.
Vanaf 1916 kreeg Duitsland het steeds moeilijker op economisch gebied.De Duitse industrie,die kampte met een groot tekort aan arbeidskrachten,probeerde in bezet België vrijwilligers te ronselen.Via indrukwekkende publiciteitscampagnes in de gecensureerde pers werden werklozen aangespoord om in Duitsland te gaan werken,maar de resultaten bleven ver beneden de verwachtingen.Over het precieze aantal vrijwilligers doen verschillende cijfers de ronde,maar meestal wordt hun aantal op 90.000 geschat.
Het was vooral dankzij de steun van het Nationaal Hulp- en Voedingscomité dat werklozen en andere mensen die het door de oorlog moeilijk hadden,niet gedwonge werden voor Duitsland te werken.Dit leidde tot toenemende conflicten tussen de bezetter en het Nationaal Comité,dat ervan beschuldigd werd de "werkwilligheid" in bezet België tegen te werken.
Door de tegenvallende resultaten van de vrijwillige recrutering schakelden de Duitsers in het najaar van 1916 over op dwangmaatregelen.De verplichte deportaties begonnen in oktober in het "Etappegebied" :vanaf oktober werden 62.000 mannen naar Duitsland afgevoerd.Daarna was de rest van bezet België aan de beurt : alle werklozen en mannen,die leefden van de openbare onderstand,werden opgeroepen.Indien zij niet kwamen opdagen,werden enkele dagen later één of meerdere familieleden meegenomen.In totaal werden 58.500 personen uit het gebied van het Gouvernement-generaal gedeporteerd.
De weggevoerde arbeiders mochten alleen wat kleren en een gamel meenemen.De reis naar Duitsland duurde twee tot vier dagen en de gedeporteerden werden ondergebracht in kampen en barakken.Vandaar werden zij onder militaire begeleiding naar hun werkplaatsen in Silezië of Oost-Pruisen gevoerd.
De arbeidsomstandigheden waren slecht,wat vooral blijkt uit het hoge sterfecijfer : zo'n 2.600 gedeporteerden kwamen niet meer terug.Hulp vanuit België werd zo goed als onmogelijk gemaakt.Na lang aandringen mocht de Spaanse abassadeur in België,markies de Villalobar,in samenwerking met het Nationaal Comité een hulpdienst opzetten.
De deportaties lokten in binnen- en buitenland onmiddellijk scherpe kritiek uit.In België zelf nam de vijandigheid tegenover de bezetter nog toe en op 19 oktober 1916 protesteerde Kardinaal Mercier in een herderlijke brief tegen de verplichte tewerkstelling.Neutrale landen zoals de VS,Spanje,Nederland,Zwitserland en het Vaticaan sloten zich bij het Belgisch protest aan.Onder druk van deze afkeurende reacties werd de verplichte tewerkstelling in maart 1917 opgeschort in het gebied van de Gouverneent-generaal.De meeste weggevoerden keerden in de loop van de zomer uit Duitsland naar België terug.In het "Etappegebied" leven de deportaties doorgaan,maar de arbeiders werden vooral in de frontstreek in Frankrijk tewerkgesteld.Zij legden spoorwegen aan,groeven loopgrachten,spanden prikkeldraad of werkten aan de Hindenburg-linie.Anderen werkten in steengroeven of als houthakker.

Industrie ontmanteld.
De dportaties van arbeidskrachten werden in 1917 in zekere zin "vervangen" door een versnelde sluiting en ontmanteling van de Belgische industrie.Midden februari werd een verordening afgekondigd waarbij alle ondernemingen die meer dan twaalf mensen te werk stelden alleen met toestemming van de bezetter mochten verder werken.Het gevolg was dat vele bedrijven vrijwillig hun deuren sloten.De bezetter maakte hiervan gebruik om een groot gedeelte van de uitrusting en de machines te ontmantelen en naar Duitsland te voeren.Vooral de ijzer- en staalnijverheid,toen één van de sleutelsectoren van de Belgische industrie,werd zwaar getroffen.In 1917 was er nog één van de 54 hoogovens werkzaam,in 1918 geen enkele meer.Op 11 november 1918 bedroeg de produktiecapaciteit nog 6,9% van deze van 1913.
Van de groe industriesectoren bleef alleen in de steenkoolmijnen de produktie op een tamelijk hoog peil gehandhaafd.De mijnen haden in oktober 1914 de explotatie hervat en de directies bleven,met toestemming van de Belgische regering,op post.Ook tijdens de Eerste Wereldoorlog koos de regering,zij het op bescheiden schaal,voor een politiek van het "minste kwaad".Zij vreesde dat,bij een stopzetting van de steenkoolproduktie,ook de leveringen aan de bevolking zouden wegvallen.
Vanaf 1916 werd de toestand slechter : veel steden,vooral in Vlaanderen,hadden te kampen met een nijpend gebrek aan steenkool.Lange rijen mensen wachtten op de bedeling van het kolenrantsoen en tijdens de strenge winter van 1917 werd veel kou geleden.
_________________
"Horum omnium fortissimi sunt Belgae"
"Van hen(de Galliërs) allemaal zijn de Belgen de dappersten"
Julius Caesar(100 VC - 44 VC)
http://nl.escertico.wikia.com/wiki/Militaria_Wiki
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
Paddy



Geregistreerd op: 9-11-2007
Berichten: 9280
Woonplaats: Idiot Trench, Dendermonde

BerichtGeplaatst: 20 Jun 2008 19:35    Onderwerp: Reageer met quote

Een prachtige aanvulling op:
Gent:1914-1915
http://forumeerstewereldoorlog.nl/viewtopic.php?t=13814&
_________________
Greetings from a Little Gallant Belgian:-)
Patrick De Wolf
http://ablhistoryforum.be/

There is a very fine line between "hobby" and "mental illness".
"We're doomed, I tell ye!"
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
Yvonne
Admin


Geregistreerd op: 2-2-2005
Berichten: 45584

BerichtGeplaatst: 06 Jul 2008 9:23    Onderwerp: Reageer met quote

Petrus Aelbrecht, een eeuw oud

verschenen in het tijdschrift van de heemkundige kring “De Faluintjes” – jaargang 19 – nummer 4 – oktober 2006

“Ik heb altijd in Meldert gewoond; eerst op ’t Kokerij vlak voor waar dat nu Petrus en Marie-Louise wonen,‘’n ergen Noeë. Nadien zijn we naar de Kammestraat (nu Kammenkouterstraat) komen wonen. We hadden daar een poelierderij waar dat nu onze Constant woont. Dat was toen hard werken van ’s morgens tot ’s avonds, alles met de hand. We kochten en verkochten ook schapen en geiten.
In die tijd deden we per dag, alleen met de hand, zo’n 200 tot 300 kippen dood met ne man of voëf. Het hing er ook vanaf of de kiekeren zich goed lieten plukken, de ene kiek plukt gemakkelijker dan de andere en aan de stoppels was er ook veel werk. Nu slachten ze met duizenden en duizenden.
We vertrokken ’s morgens heel vroeg naar de ‘kiekerenmèt’ en daar aangekomen dronken we direct ne goeie koffie met een goei druppel in het caféken recht tegenover de kiekerenmèt. Nadien durfden we ook al eens blijven hangen en als we bleven hangen, dan bleven we serieus hangen.”

“De oorlog van 14 – 18 vond ik de plezierigste tijd, want dan moest ik niet naar school gaan. We gingen liever smokkelen: eieren, boter, vet en van alles. Er waren veel mensen die dat verkochten om toch een beetje geld te hebben. In plaats van naar school te gaan, was dat geld verdienen. Soms ging ik 7 keren per dag vanop ’t Kokerij te voet naar Doë (Asse ter Heide). Ik ben zo’n zes à zeven keren gepakt door de Duitsers. Die pakten dan mijn eieren en konijnen af, maar nadien mocht ik terug verder gaan omdat ik te jong was voor de gevangenis. We gingen ook te voet met ne platte metten op ne kruiwagen naar Brussel. Dat was allemaal vroeg opstaan en op tijd ne keer drinken, meestal ne platten en dat kostte twieë ceng en half, ne metten kostte 150 tot 200 frang.
Om uw haar af te doen was het ne ceng en half bij Flanskes Soeëken en Tansken. Tansken zeepte in en Soeëken deed de baard af, maar hij was vrieët jaloes. Tansken is nadien getrouwd met Paj van de champetter van ’t Kokerij.”


© http://www.arnoldvandeperre.be/heemkundige_kring.html
_________________
Met hart en ziel
De enige echte

https://twitter.com/ForumWO1
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
AOK4



Geregistreerd op: 10-11-2006
Berichten: 2408
Woonplaats: Wevelgem

BerichtGeplaatst: 06 Jul 2008 9:36    Onderwerp: Reageer met quote

Tandorini, waar heb je die tekst gehaald?
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
Paddy



Geregistreerd op: 9-11-2007
Berichten: 9280
Woonplaats: Idiot Trench, Dendermonde

BerichtGeplaatst: 20 Mei 2009 6:18    Onderwerp: Reageer met quote

We hebben het even over het ontstaan van liedjes tijdens WO I.
Tijdens die oorlog werd in de stad een 'Komiteit' opgericht dat zich inliet met 'goede werken' voor de bevolking. Zo voorzag het 'Komiteit' gratis klompen voor al degenen die er om verzochten. Gezien de klompen niet steeds in de juiste maat konden worden geleverd - "à la guerre comme à la guerre, n'-est-ce pas!" - had de man in de straat de actie al vlug in een kernachtig liedje uitgedrukt. Tijdens de sombere bezettingsperiode kwam de geest van Uilenspiegel tot uiting in het liedje dat als volgt luidde:
Dames en Heren, ziet ons eens gaan.
Altijd marcheren met blokskens aan.
Niet om te stoefen, ze zijn al gelijk,
zeggen de heren van 't Komiteit.

Dendermonde is door de jaren heen steeds een 'kazernestad' geweest. Er werden destijds diverse 'Lotelingsliederen' geboren en gezongen. Hierna één van de liedjes omtrent de opeising der jonge mannen die met de 'poepers' (typisch Dendermonds voor 'schrik') zaten:
Moeder, moeder, wat is dat?
Heel mijn hemd is nat!
Mijn vloeren broeksken dat is vol .....
Wij gaan naar Lessen en dan naar 't front!

Tijdens WO I was er nog geen sprake van 'Winterhulp' of 'zegelkens'. Wel kende men 'het lazareth', waar behoeftigen gratis soep konden verkrijgen. Terwijl werd aangeschoven aan de Zwarte Zusterschool met het eetketeltje onder de arm, zongen zij:
En wij gaan naar 't Lazareth,
naar 't Lazareth, naar 't Lazareth.
Wij hebben thuis toch gene fret, gene fret...

De geringste aanleiding volstond om een 'volksliedje' in 't leven te roepen.
Eens de oorlogmiserie voorbij was, kwamen de revue-schrijvers op de proppen en werden liederen geschreven die veelal plaatselijke toestanden hekelden.

http://blog.seniorennet.be/jp_dendermonde/archief.php?ID=326518
_________________
Greetings from a Little Gallant Belgian:-)
Patrick De Wolf
http://ablhistoryforum.be/

There is a very fine line between "hobby" and "mental illness".
"We're doomed, I tell ye!"
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
Berichten van afgelopen:   
Plaats nieuw bericht   Plaats Reactie    Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index -> Thuisfront Tijden zijn in GMT + 1 uur
Pagina 1 van 1

 
Ga naar:  
Je mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen
Je mag geen reacties plaatsen
Je mag je berichten niet bewerken
Je mag je berichten niet verwijderen
Ja mag niet stemmen in polls


Powered by phpBB © 2001, 2002 phpBB Group